Terugblik op het voorzitterschap van Erik Faber: “Samenwerken betekent ook iets willen geven”

Na een aantal jaren als voorzitter neemt Erik Faber afscheid van RIVUS. Hij kijkt met trots terug op een periode waarin de samenwerking tussen de aangesloten gemeenten verder is versterkt en het bestuur nadrukkelijker zijn rol heeft opgepakt.

“Toen ik begon, merkte ik dat bestuurders nauwelijks betrokken waren bij de bestuurlijke keuzes binnen RIVUS,” vertelt Erik. “Juist bij belangrijke vraagstukken zaten we niet altijd aan tafel. Een van de belangrijkste veranderingen tijdens mijn voorzitterschap is dat we die betrokkenheid weer hebben teruggebracht.”

Aanpassing governance RIVUS

Een belangrijke stap daarin was de aanpassing van de governance. De leidinggevenden kregen een andere positie binnen het samenwerkingsverband en vervullen sindsdien een adviserende rol, waarin ze ook verantwoordelijkheid dragen voor capaciteit en middelen. “Daardoor is de rolverdeling duidelijker geworden en kunnen bestuurders zich weer richten op de bestuurlijke afwegingen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.”

Naast deze bestuurlijke veranderingen noemt Erik ook de gezamenlijke stimuleringsregeling als een belangrijke ontwikkeling. Tegelijkertijd ziet hij daarin nog een belangrijke uitdaging voor de toekomst. “Samenwerken betekent niet alleen halen, maar ook brengen. Iedere gemeente heeft eigen wensen en belangen, maar uiteindelijk moet je keuzes maken in het belang van de regio. We zijn geen Europese Unie waarin iedereen overal een uitzondering op kan krijgen. Soms moet je gewoon gezamenlijk besluiten: dit is de richting die we opgaan.”

Terugkijkend is Erik tevreden over wat er is bereikt. De governance is vernieuwd, verschillende projecten zijn succesvol afgerond en er ligt een stevige basis voor de toekomst. Wel noemt hij de wisselingen van programmamanagers als een gemiste kans. “We hebben in mijn periode meerdere programmamanagers gehad. Gelukkig is er nu weer stabiliteit. Het zou goed zijn als er in de toekomst voldoende capaciteit beschikbaar is, zodat de programmamanager de ruimte krijgt om het samenwerkingsverband echt verder te ontwikkelen.”

Gezamenlijke opgave steeds belangrijker

Wat Erik vooral is bijgebleven, is hoe de gezamenlijke opgave steeds belangrijker wordt. Door klimaatverandering worden vraagstukken rondom waterbeheer complexer en duidelijker gemeentegrens-overstijgend. “Ik zie dat de neuzen steeds meer dezelfde kant op staan. Het gaat niet meer alleen om de uitvoering, maar ook om het maken van gezamenlijke beleidskeuzes aan de voorkant. Dat is een mooie ontwikkeling.”

Hij ziet daarom een positieve toekomst. Volgens hem zal RIVUS zich steeds meer ontwikkelen tot een regionaal samenwerkingsverband dat niet alleen uitvoert, maar ook richting geeft aan beleid. “Water houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Dan moet je ook als regio gezamenlijk optrekken.”

Aan het nieuwe bestuur en de nieuwe voorzitter wil Erik vooral meegeven om altijd vanuit het regionale belang te blijven denken. “Je zit aan tafel namens je gemeente, maar ook namens de regio. Dat vraagt soms om compromissen. Zeker als het gaat om standaardisering of gezamenlijke werkwijzen.”

Daarbij ziet hij ook een belangrijke rol voor bestuurders richting hun eigen ambtelijke organisatie. “Soms moet je het lef hebben om te zeggen: vanuit onze eigen gemeente zouden we misschien voor optie A kiezen, maar als regio kiezen we gezamenlijk voor optie B. Dat is uiteindelijk beter voor iedereen.”

Ook ziet hij een belangrijke rol voor de programmamanager. Die moet volgens Erik de verschillen tussen gemeenten zichtbaar durven maken en bespreekbaar houden wanneer individuele belangen de gezamenlijke samenwerking in de weg dreigen te staan. Uiteindelijk ligt volgens hem de kracht van RIVUS in meer uniformiteit. “Werk toe naar één data- en analysecentrum, één protocol en één escalatieladder. Daarmee werk je doelmatiger en kun je als regio veel effectiever samenwerken.”

Nu zijn voorzitterschap erop zit, is het eerst tijd voor ontspanning. “Eerst maar eens vakantie vieren,” zegt Erik met een glimlach. “Daarna zien we wel wat er op mijn pad komt.”

 

Meerwaarde onderzoek standaardisatie rioolgemalen

Rioolgemaal

Alle RIVUS-partners hebben rioolgemalen, die allemaal hetzelfde doen: ‘afvalwater verpompen’. Maar het binnenwerk, dat het gemaal aanstuurt, is overal verschillend. En dat is kwetsbaar. Voor RIVUS is daarom door StadLandWater een onderzoek uitgevoerd naar het gezamenlijk standaardiseren van rioolgemalen.

Standaardiseren is het proces waarbij (in dit geval gemaalbesturingen) op een uniforme manier worden vastgelegd en uitgevoerd. Dit betekent dat voor delen van het gemaal vaste richtlijnen, procedures of specificaties worden ontwikkeld, zodat iedereen op dezelfde manier te werk gaat en/of een consistent eindresultaat bereikt. Het doel van standaardisatie is om efficiëntie, kwaliteit en voorspelbaarheid te verhogen, fouten te verminderen, en processen eenvoudiger meetbaar en overdraagbaar te maken. Het zorgt ervoor dat steeds hetzelfde resultaat wordt bereikt. Ongeacht wie het werk uitvoert.

De rapportage laat een meerwaarde zien. Daarbij wordt het advies gegeven om een vervolg te geven aan standaardisatie, in de dagelijkse praktijk. Er is gekozen om klein te beginnen. Dat betekent dat we bij 3 gemeenten zijn gestart met dit onderzoek. Deze gemeenten hebben nu al een belang bij een duidelijke standaard. Deze stap wordt door de andere partners actief gevolgd, met als doel om de standaardisatie als olievlek te laten verspreiden door de hele regio.

Ben je geïnteresseerd in de rapportage? Laat dit dan weten aan Thomas Klomp via: info@scherpgesteld.nl

Jaarverslag 2025 en Jaarplan 2026 vastgesteld in Bestuurlijk Overleg van 5 maart

Kab licentie 2 1524

In het Bestuurlijk Overleg van 5 maart zijn het Jaarplan 2026 en het Jaarverslag 2025 vastgesteld.

In het Jaarverslag is te lezen wat we het afgelopen jaar samen hebben bereikt. Daarbij stond 2025 in het teken van ‘doen’ en het realiseren van concrete resultaten in de regio.

Het Jaarplan laat zien waar we in 2026 samen aan werken: het verder versterken van de samenwerking en het vergroten van onze impact op het gebied van water en klimaatadaptatie.

Brieven aan een Klimaatadaptatief en Waterrobuust 2050 – terugblik RIVUS-bijeenkomst

Rivus bijeenkomst

Afgelopen week kwamen we met collega’s van alle partners bijeen om na te denken over de toekomst. Met elkaar hebben we afgesproken dat we toewerken naar een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio in 2050. Maar wat is dat? Hoe ziet het eruit? En voor wie? En hoe weten we dan wat ons nu te doen staat om te zorgen dat we daar in 2050 zijn?

Brieven aan de toekomst
Om onze ambities voor de toekomst nog concreter te maken, helpt het om brieven aan de toekomst te schrijven. Of brieven vanuit de toekomst aan het nu. Door dit met elkaar te doen, kregen we zicht op wat nog scherper kon en wat er nodig is om die ambities te bereiken.

Denk hierbij aan thema’s als rechtvaardigheid, balans tussen mens/dier/natuur, gezondheid, leefbaarheid, en omgang met verandering en onzekerheid. Deze input gaan we verder verwerken de komende periode tot bouwstenen voor een nieuw bestuursakkoord en uitvoeringsprogramma.

Rivus bijeenkomst

Naast dat het een waardevolle middag was voor RIVUS, was het ook een inspirerende middag voor de aanwezigen. Je krijgt tenslotte niet vaak gelegenheid om even stil te staan bij waarom je dit werk ook alweer doet. Prachtig om de drive en passie van onze collega’s te zien!

Er zijn vele mooie brieven geschreven en gesprekken gevoerd. Graag delen we er twee met jullie.

“Beste toekomst,

Ik kijk naar jou met zowel hoop als zorg. Hoop op een Nederland dat leefbaar blijft voor mens én natuur: groen, veerkrachtig en verbonden met het natuurlijke systeem. Een land waar we ons meestal veilig voelen, en waar we leren omgaan met momenten waarop dat minder vanzelfsprekend is. Een samenleving die goed samenleeft, ondanks de zorgen vanuit klimaatverandering. We moeten het samen doen.

Toch maak ik me zorgen. Over de waan van de dag, waarin we niet verder kijken dan het nu. Over keuzes die we nu maken zonder ze expliciet te benoemen of goed door te denken. En over de hardnekkigheid van ons huidige sociaal economische systeem, dat ons tegenhoudt terwijl verandering nodig is.

Tegelijkertijd zie ik kansen. Misschien zijn we flexibeler dan we denken en loopt het, door onze aanpassingskracht, toch relatief goed af. En misschien kan een toekomst die minder ‘comfortabel’ is, toch veel geluk brengen — omdat geluk niet alleen zit in voorspoed, maar juist in veerkracht, gemeenschap en creativiteit.

Met die hoop schrijf ik jou. In de wens dat we vandaag keuzes maken die jou leefbaar, groen en menselijk houden.”

Met warme groet,

—————————————————————————————–

“Brief aan de toekomst.

Wat jij ziet vandaag, is het product van vele jaren. Jaren van zoeken, van oefenen, van leren, van weten. Net zoals datgene wat ik hier in 2026 zie, en de manieren waarop ik leef, het resultaat is van al die jaren die er voor mij waren. Het is ooit een keer begonnen. “Maar het is nooit af.”

We zijn dus passant in de tijd. We handelen naar bevind van zaken, met de wetenschap van nu.

Mooie woorden, maar ik leef in een tijd waarin wetenschap onder druk staat en waarin andere belangen, anders dan een fijne, gezonde toekomst voor jou, centraal staan. In mijn vak doe ik wat ik kan om te laten zien dat de dreiging van het klimaat redelijkerwijs is op te vangen. En ik ben daarin gelukkig niet alleen. Ik doe mijn best om mensen die nog niet overtuigd zijn van de urgentie mee te nemen. Om hen een adaptief beeld van de toekomst voor te schotelen. Er zijn ondertussen allerlei machten en krachten die een andere, in mijn ogen verkeerde koers varen. Krachten voor wie verandering eng is en die graag behouden wat we hebben, en blijven hangen in het nu. Machten en krachten die zijn vergeten dat ook zij passant zijn en zelf meeliften op het enthousiasme en de vooruitgang van al diegenen voor hen. Voor hen is het nu “af”. Maar het is nooit af. Je moet dus weten dat we nu, ondanks dat we vooruit willen, de wind niet vanzelfsprekend in de rug hebben.

Ik kan alleen maar hopen dat je aantreft dat onze urgentie overal is geland. Dat we niet zijn blijven hangen in het nu van vandaag. Blijf vertrouwen op de wetenschap. Maar leer ook zelf, probeer uit, ga op je bek, begin overnieuw en neem afscheid van alles dat niet werkt. Wees moedig. En wees vooral een vooruitstrevende passant, vanuit een voorvader rol, die denkt aan de toekomst. Blijf innoveren, blijf je aanpassen omdat alles altijd verandert. Ook als je dat soms even niet goed uitkomt. Mijd mensen die roepen: “het is af”. Het is nooit af. Nu niet. Nooit niet.”

Bestuur RIVUS zet belangrijke stappen voor regionale samenwerking water & klimaat

KAB licentie 2

Op donderdag 27 november kwamen de bestuurders van RIVUS bijeen in Kampen voor het Bestuurlijk Overleg van RIVUS. Tijdens deze vergadering werden meerdere besluiten genomen die bijdragen aan een sterke regionale aanpak voor water, klimaatadaptatie en de afvalwaterketen. Ook werd Liesbeth Timmermans officieel benoemd als programmamanager van RIVUS!

Het bestuur stemde unaniem in met de benoeming van Liesbeth Timmermans als programmamanager van RIVUS, met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2025. Hiermee is de programmatische aansturing van het samenwerkingsplatform stevig geborgd. Hieronder benoemen we kort wat er zoal besproken is tijdens deze vergadering.

Impulsgelden: herverdeling
Omdat enkele projecten uit de impulsregeling DPRA niet tijdig kunnen worden afgerond, stemde het bestuur in met een wijzigingsvoorstel voor herverdeling van middelen.

Tussentijdse evaluatie Bestuursakkoord
De evaluatie van het Bestuursakkoord Water en Klimaatadaptatie 2022–2027 bevestigt het beeld dat bestuurders al hadden: de samenwerking wordt goed gewaardeerd, maar de uitvoeringskracht verdient extra aandacht. De aanbevelingen uit de evaluatie zijn vastgesteld en worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van RIVUS.

Regionale personeelsaanpak: stappen richting duurzame capaciteit
De Stout Groep presenteerde scenario’s voor een regionale personeelsaanpak binnen de afvalwaterketen. Het bestuur erkent de urgentie van het toenemende capaciteitsprobleem en onderschreef het advies om gefaseerd samen te werken: starten met een ‘Light’-fase en parallel de ‘Plus’-fase voorbereiden. Aandacht gaat daarbij uit naar o.a. om- en bijscholing, stageplekken, kennisborging en de rol van Talentenregio.

Regionale maatlat: ambitie ligt bij effect
Voor de ontwikkeling van een regionale maatlat voor klimaatadaptatie kozen de bestuurders ervoor om het zwaartepunt te leggen bij ‘effect’: de stappen die verder gaan dan de wettelijke verplichting en écht bijdragen aan een klimaatbestendige regio richting 2050. Toepasbaarheid blijft wel een belangrijk aandachtspunt. De maatlat wordt verder ontwikkeld en in voorjaar 2026 ter vaststelling aangeboden.

Stresstesten: gezamenlijke informatiebasis & regionale opgave
Het bestuur onderschrijft de urgentie om toe te werken naar één regionale informatiebasis voor de DPRA-stresstesten. Dit maakt het eenvoudiger om regionale risico’s te duiden en zorgt voor een efficiëntere cyclus richting 2030. Daarnaast is besloten om op vijf onderwerpen in 2026 een regionale stresstest uit te voeren. Dit geeft zicht op de gevolgen van extreme weersomstandigheden op regionaal niveau.
Het volgende Bestuurlijk Overleg staat gepland op vrijdag 6 maart van 12.30 tot 14.30 uur.